[order] Charadriiformes | [family] Sternidae | [latin] Chlidonias hybridus | [UK] Whiskered Tern | [FR] Guifette moustac | [DE] Weißbart-Seeschwalbe | [ES] Gaviotín Bigotudo | [IT] Mignattino piombato | [NL] Witwangstern

Witwangstern determination

Groter dan Zwarte en Witvleugelstern en in zomerkleed onmogelijk te verwarren met deze soorten. Lijkt meer op een kleine Visdief, met zwarte kap, geheel donkerrode snavel en poten en grijze bovendelen. Heeft, in tegenstelling tot Visdief, donker asgrijze onderdelen, met alleen de kopzijden en de onderstaartdekveren wit. Stuit en bovenstaart grijs, als rug en bovenvleugel. Staart ondiep gevorkt.'s Winters zeer licht grijs en lijkt dan op een miniatuur Lachstern, met donkere snavel, zwarte oorstreek en een zwart en wit gestreepte kap; grijs van bovendelen doorlopend op stuit en bovenstaart. Juveniel min of meer als Witvleugelstern, met donkerbruine veren op rug, doorlopend tot op kleine dekveren, maar verder als adult in winterkleed. Vleugels breder en vlucht langzamer en minder erratisch dan van Zwarte en Witvleugelstern.

binnenwateren en dichtbegroeide moerassen.

Inventarisatie
Mei tm half juli, vooral juni. Gehele dag.
Methode
Bij waarneming opletten of er aanwijzingen zijn voor broedgeval (bezoek vermoedelijk nest, voedseltransport enz.).
Interpretatie
Nest of nestindicerende waarneming; anders twee territoriumindicerende waarnemingenen (ook paar in broedbiotoop) tussen 1-30 juni. Fusie-afstand 1000 m.
Bijzonderheden
Uitgebreide documentatie noodzakelijk met per waarnemingsdatum hoogste broedcode. Soort broedt onregelmatig in Nederland (solitaire paren of kleine kolonies), al dan niet samen met Zwarte Stern.

De witwangstern komt in Nederland voor als doortrekker en zeldzame zomergast. Hoewel enkele broedgevallen in Nederland bekend zijn, broedt de vogel voornamelijk in het zuiden en het oosten van Europa, in ondiepe binnenwateren en dichtbegroeide moerassen. De vogels broeden in kolonies en gebruiken vooral riet om een rommelig nest te maken. In de winter trekken de meeste witwangsterns naar het gebied ten zuiden van de Sahara, hoewel een toenemend aantal vogels in het Middellandse Zeegebied blijft overwinteren

Plaatselijk talrijk bij moerassen en meren in Zuid-Europa en steeds vaker overwinterend. In Nederland en België de zeldzaamste van de drie moerassterns en onregelmatige broedvogel (laatst in België in 1957 en in Nederland in 1965) In de winter 1991-1992 verbleven 2 exemplaren op het Markermeer. Meeste worden hier in april-juni waargenomen