[order] Anseriformes | [family] Anatidae | [latin] Anas penelope | [UK] Wigeon | [FR] Canard siffleur | [DE] Pfeifente | [ES] Ánade Silbón | [IT] Fischione europeo | [NL] Smient

Smient determination

De mannetjes zijn te herkennen aan hun oranjerode kop met een geel voorhoofd. Onder de kop is een gedeelte zalmroze en naar achter de grijze onderdelen. Het achterste gedeelte is zwart. Smienten hebben een relatief korte, grijze snavel. Vrouwtjes zijn minder getekend dan mannetjes en zijn grotendeels bruin. Het geluid van de mannetjes is een hoog kenmerkend "piiew piiew" en van vrouwtjes "rarr". De kenmerkende roep heeft ze de bijnaam "fluiteend" gegeven. 's Nachts is de kenmerkende roep te horen van overvliegende exemplaren. De lengte bedraagt 45 cm, de vleugelspanwijdte 81,5 cm.

De Smient verblijft het hele jaar door in Nederland, maar vooral van oktober tot maart. Vooral in zachte winters zijn hier grote aantallen aanwezig. Het merendeel houdt zich op in de kuststrook en in de natte veenweidegebieden van Noord-Holland en Friesland. Daarnaast wordt gebruik gemaakt van de polders van Zuid-Holland en Utrecht, de randen van het IJsselmeer, Markermeer en de grote rivieren. Vooral in het najaar is de soort kustgebonden en foerageert op zeesla, kweldergrassen en zeekraal. In de loop van de winter wordt meer en meer gefoerageerd in natte graslanden en neemt het belang van de binnendijkse gebieden en het rivierengebied toe. Vooral in strenge winters verblijft een groot deel in het Deltagebied. De soort maakt overdag gebruik van open water en ondergelopen graslanden om te rusten, maar in rustige gebieden wordt ook overdag gefoerageerd. De rustplaatsen liggen binnen een straal van 10 kilometer van de foerageergebieden.

Inventarisatie
Mei tm half juli. Gehele dag.
Methode
Paren en wijfjes in broedbiotoop (duinmeren, kwelder met zoetwaterplas, voormalige eendenkooien, moeras) met kijker volgen en letten op territorium- of nestindicerend gedrag (alarm; vrouwtje vliegt nerveus rond of simuleert verlamming; pulli).
Interpretatie
Nest of nestindicerende waarneming; anders twee waarnemingen van paar of volwassen vrouwtje in broedbiotoop tussen 15 mei-10 juli. Vogels in groepen niet meetellen. Fusie-afstand 1000 m. Duidelijke overzomeraars (geen balts, afwijkend biotoop zoals open grasland) niet meetellen.
Bijzonderheden
Uitgebreide documentatie nodig: per datum waarneming beschrijven incl. broedcode. Bij vermoeden van tamme origine van broedvogels (bijv. uit eendenkooi ontsnapte lokvogels) gegevens toch insturen, met toelichting. Let op conditie vogel (aangeschoten? geleewiekt?). Doortrek tot in mei en geregeld overzomerend.

Het aantal smienten dat in Nederland overwintert is in de periode 1967 - 1989 sterk toegenomen, in de 90'er jaren stabiliseerden de aantallen zich. Het aantal smienten dat in Nederland broedt zal zeker niet meer zijn dan 20 tot 30 paar.

De enkele in Nederland broedende smienten kunnen profijt hebben van het uitvoeren van het Beschermingsplan Moerasvogels.

De Britse Smienten zijn in gematigde winters standvogel. De Smient kan in sommige jaren worden aangetroffen tot aan de noord Amerikaanse kust.