
Langzame vleugelslagen en minder soepele, meer meeuwachtige vlucht dan andere sterns. In alle kleden zeer grote rode snavel en veel zwart op onderzijde van de handpennen.
Sinds het begin van de jaren zeventig maakt een klein aantal Reuzensterns tijdens de trek gebruik van enkele open, zandige gebieden in het IJsselmeergebied om te slapen. Vooral de Steile Bank vormt een belangrijke en vaste slaapplaats. Daarnaast wordt de soort ook elders in het IJsselmeergebied, in het Waddengebied, langs de Noordzeekust, in het rivierengebied en op opspuitterreinen in het binnenland waargenomen. Hoewel de soort niet strikt gebonden is aan zoet water, foerageren de Reuzensterns die op de Steile Bank slapen waarschijnlijk allemaal op vis in het IJsselmeer.
In het oostelijk IJsselmeergebied (waaronder de Oostvaardersplassen) is sinds enkele decennia iets bijzonders te zien: enkele tientallen reuzensterns verblijven namelijk de gehele zomer in dit gebied. Reuzensterns zijn broedvogels van de Zweedse en Finse kusten en het Kaspische Zeegebied. Op doortrek doet een klein deel van deze sterns van stormmeeuwgrootte ons land aan. Dat komt vooral doordat de reuzenstern meer van zoet of brak water houdt dan van zout water, zoals veel andere soorten sterns. Voedsel bestaat voornamelijk uit vis, die in broedtijd soms ver van kolonie (30-60km of meer) gevangen wordt, vaak in zoet water. Nest is een kuiltje in zandige of stenige grond. Grootste stern, met grotere spanwijdte dan Stormmeeuw.
Na het broeden verspreiden de Reuzensterns zich om vervolgens langzaam Zuidwaarts te trekken. De vogels trekke vanuit het noorden naar oost Europa en het Middellandse Zeegebied en door naar tropisch Afrika. In Afrika worden de grootste overwinteringsgroepen in Mali gevonden en in Centraal Afrika ter hoogte van de Evenaar. Sommige Europese groepen overwinteren in het Midden Oosten. Juvenielen trekken verder Zuidelijk dan de volwassenen en de meeste tweedejaars juvenielen verblijven de gehele lente in de overwinteringsgebieden. De terugreis naar de broedgebieden in april mei verloopt veel sneller dan de heenreis in het najaar.


