|
|
 |
|
De vogelgids bevat Europese 553 soorten
|
Luister naar de Grauwe Franjepoot
|
|
|
Grauwe Franjepoot (Phalaropus lobatus)
[order] Charadriiformes | [family] Scolopacidae | [latin] Phalaropus lobatus | [UK] Red-necked Phalarope | [FR] Phalarope bec étroit | [DE] Odinshühnchen | [ES] Falaropo Picofino | [IT] Falaropo becco sottile | [NL] Grauwe Franjepoot
|
Kenmerken
Kop, nek en middenborst leigrijs, naar onderdelen toe doorspekt met witte vlekjes; kin en keel wit, klein wit vlekje boven oog; hoefijzervormige oranjerode voorhals. Bovendelen blauw- of leigrijs met crèmekleurige lengtestrepen. Onderdelen wit. Poten en naaldfijne snavel zwart (Rosse Franjepoot heeft gele poten en kortere dikkere snavel). Vrouwtje wat groter en in zomerkleed kleuriger dan mannetje; grijze veerpartijen van vrouwtje bij mannetjemeer bruingrijs en voorhals meer bruinrood en minder uitgesproken, vager afgescheiden van grijze partijen. In winterkleed kruin en achterhoofd grijs, bovendelen donker blauwgrijs, met witte veerranden (niet egaal als bij Rosse Franjepoot). Oogstreep achter oog zwart, rest van verenkleed wit. Juveniel als juveniele Rosse Franjepoot, maar kleiner en met dunnere snavel. Bovendelen donker met okerkleurige of gele strepen (Rosse Franjepoot heeft deze strepen niet en heeft meestal al enkele grijze winterveren).
| spanwijdte min.: | 31 | cm | spanwijdte max.: | 34 | cm |
| grootte min.: | 18 | cm | grootte max.: | 19 | cm |
| incubatie min.: | 17 | dagen | incubatie max.: | 21 | dagen |
| nestduur min.: | 18 | dagen | nestduur max.: | 22 | dagen |
| legsels: | 1 | | eieren min.: | 3 | |
| | | | eieren max.: | 4 | |
Voedsel voorkeur |
| ongewervelden | kreeftachtigen |
| zaden | |
|
Klik op onderwerp om uit te klappen
In Nederland is de Grauwe Franjepoot een zeldzame zomer en dwaalgast in augsutus-september. Het betreft dan bijna altijd juveniele exemplaren. Komt niet of nauwelijks voor als stormgast of kustvogel gezien de Zuidoostelijke trek richting Indische oceaan (Arabische Zee).
Kleine meren en poelen in Noordelijk deel van Eurazie.
De West Euraziatische populatie overwintert in de Arabische Zee. De soort migreert over een breed gebied inclusief continentaal Europa. Trekt echter vooral vanuit de Noordelijke broedgebieden via de Kaspische Zee naar Oman. De heenreis begint meestal in arpil-mei en kan enorme aantallen bijeenbrengen (600.000 exemplaren in het meer van Tengiz in 1959). De terugkomst in de broedgebieden begint in mei en juni, in de gematigde zones drie of vier weken eerder. De vrouwtjes keren meestal eerder terug dan de mannetjes. De vrouwtjes vertrekken eind juni, de mannetjes eind juli en de juvenielen in augustus. In Nederland regelmatige doortrekker in de Noordwestelijke gebieden inclusief Flevoland.
|
| Online winkel | Birding Blog |
 |
In samenwerking met Amazon bieden we de nieuwste boeken, camera's en tuinieren en vogels.
|  |
Blog je reisverslagen of andere vogel avonturen of geef reacties op anderen. |
| Aviflevoland foto gallerij | Avibirds literatuur sectie |
| Plaats je foto's in onze gallerij en krijg 500 MB gratis ruimte zonder verdere verplichtingen.
|
| Leer meer over vogels. Veel meer. De literatuur sectie omvat meer dan 1300 artikelen over 370 soorten. |
| Vogels van Suriname | Vogels van Europa |
 | Uniek op het internet een zeer volledige vogelgids van Suriname, met meer dan 700 soorten.
|  |
Een Engelstalige online vogelgids met 550+ soorten. Zeer uitgebreid beschreven, inclusief films en geluiden. |
|
|