[order] Charadriiformes | [family] Sternidae | [latin] Sterna dougallii | [UK] Roseate Tern | [FR] Sterne de Dougall | [DE] Rosenseeschwalbe | [ES] Charrán rosado | [IT] Sterna di McDougal | [NL] Dougalls Stern

Dougalls Stern determination

Lijkt veel op Noordse Stern en Visdief. Heeft evenals deze lange snavel, korte poten, zwarte kopkap, lichtgrijze bovendelen en witte onderdelen. Snavel langer dan van Visdief en is donker met rode basis. Bovenvleugels lichter dan van Visdief, met buitenste (twee tot vier) handpennen donkerder dan rest van vleugel. Heeft geen donkere rand op onderzijde van handpennen. Lijkt door wittere indruk, lange donkere snavel en bovenvleugeltekening wel wat op Grote Stern. Poten kort en rood, wat langer danvan Visdief. Aan begin van broedseizoen zijn buitenste staartpennen veel langer dan van Noordse Stern en steken in zit ver voorbij vleugelpunten uit; in de loop van de zomer zijn ze meestal afgesleten en lijken dan korter. Juvenielen lijken zowel op jonge Noordse Stern als op jonge Grote Stern met, in tegenstelling tot jonge Noordse Stern, zwaar gebandeerde bovendelen.

Broedt in kolonies aan zeekust, op strand of eilandje.

Vrij zeldzaam en plaatselijk (meest in Ierland). In de Lage Landen dwaalgast, vooral in mei-juni.

De Paleartische Dougalls Stern overwintert in Afrika, met name tussen Guinea en Gabon. Blijft vaak in het tweede jaar en zelfs het derde jaar in de tropen. De overwinteringsgebieden van de Amerikaanse exemplaren is niet goed bekend, hoogstwaarschijnlijk trekken deze naar de Amerikaanse Zuidkust. De Oost Afrikaanse populatie trekt naar Zuid Afrika.